Visietekst pesten:

1. Inleiding
Als school willen wij werken aan een pestbeleid waarbij alle actoren betrokken worden (ouders, leerkrachten, directie, zorgteam en leerlingen). Omdat pesten een grote impact heeft op leerlingen nu en later, wil de school zich inzetten om pesten zo goed mogelijk te voorkomen. Wegdenken kunnen we pesten jammer genoeg nooit, daarom willen we ook nadenken over hoe we een pestprobleem aanpakken. Een duidelijk neergeschreven beleid zorgt ervoor dat de procedure voor iedereen duidelijk is. Ouders, leerkrachten, maar ook leerlingen moeten weten hoe pesten wordt aangepakt, dat we dit als school niet goedkeuren en zeker niet aan ons willen laten voorbijgaan willen we duidelijk stellen met een concreet anti-pestbeleidsplan.

 2. Visie
Het opvoedingsproject van onze school stelt duidelijk dat we binnen onze school iedereen de mogelijkheid geven tot optimale ontplooiing . We willen ethische waarden zoals respect, verdraagzaamheid, luisterbereidheid, … nastreven, zowel bij de leerlingen als bij de teamleden. Van het schoolteam wordt een correct voorleven verwacht met respect voor elkaar.

Wanneer het toch eens mis gaat, wil de school ingrijpen en zijn rol als opvoeder opnemen. We willen luisteren naar de betrokken leerlingen en in dialoog met elkaar tot oplossingen komen. Samen met de leerkracht, de directie en het zorgteam wilt de school zijn verantwoordelijkheid opnemen. We willen niet meteen bestraffend optreden, maar alle partijen aan het woord laten. Samen met de leerlingen moet soms een weg worden afgelegd. Ook de ouders worden hierin betrokken . Deze visie kadert in een integraal  beleid ( dit is positief georiënteerd met als doel dat alle leerlingen zich goed voelen op school door :pesten sneller te melden, pestsituaties effectief aan te pakken, gevolgen van pesten te herstellen en de hoeveelheid pesten op termijn te verminderen)

3. Pesten en Plagen

3.1. Wat is pesten?
Pesten is het herhaaldelijk en langdurig uitoefenen van geestelijk en/of lichamelijk geweld door één of meer personen met de bedoeling het slachtoffer te kwetsen, te benadelen of schade te berokkenen. Slachtoffers hebben in deze situatie weinig tot geen verweer (machtsonevenwicht). Pesten heeft vaak een sociale functie: het pestgedrag is betekenisvol voor de groep waarin het gebeurt: pestkoppen zijn op zoek naar populariteit en status. Hiervoor gaan ze een machtsspel aan met wie ‘zwakker’ staat. Vaak stopt het pesten als de groepssteun wegvalt. Pesten gebeurt op veel manieren: direct of indirect pesten, verbaal pestgedrag, cyberpesten.

 3.2. Plagen versus pesten

Plagen

Pesten

 * korte duur en ongepland

* op gelijke voet

* is te verdragen

* 1 tegen 1

* niet systematisch

* wisselend slachtoffer

* geen pijn/korte pijn/snel vergeten

* plooien snel terug glad gestreken

* de groep blijft zichzelf

* onschuldig, met humor

* niet gemeen

* berekend: doelbewust, gepland

* aanhoudend en systematisch

* ongelijke strijd

* één tegen allen/kliekje

* doel = kwetsen

* vaak door dezelfde personen

* verregaande gevolgen

* moeilijk herstel

* groep deelt in de klappen en verandert.

 

 In een nieuwe groep worden vaak plaagstoten uitgedeeld om op zoek te gaan naar wie
 zwakker staat.

4. Gevolgen van pesten
Bij pesten zijn de gevolgen voor beide partijen (pester – gepeste) niet te onderschatten. Uiteindelijk gaat ook een hele groep lijden onder pesterijen, omdat pesten de groepsgeest bederft.

4.1. Gevolgen voor het slachtoffer

  • aanpassingsproblemen
  • zwakke cijfers
  • leerproblemen – concentratiestoornissen
  • spijbelen
  • zware stress, enorm gevoelig
  • depressie – agressie
  • angst – sociale angst
  • lichamelijke klachten: buikpijn, diarree, braakneigingen, …
  • suïcidaal gedrag
  • psychosomatische klachten
  • gevoel van eenzaamheid
  • gevoel van wantrouwen
  • negatief zelfbeeld, onzeker, weinig zelfvertrouwen

=>  Risico op sociaal isolement!

 4.2. Gevolgen voor pestende kinderen/jongeren

  • sociaal–emotionele problemen
  • zelfbeeld – zelfvertrouwen?
  • erbij willen horen vanuit ‘dominantie’ en ‘macht’
  • depressie – agressie
  • norm overschrijdend en delinquent gedrag, op latere leeftijd in botsing komen met de maatschappij
  • suïcidaal gedrag
  • groot risico op afwijzing en isolement
  • uitsluiting: geen vrienden meer overhouden

 5. Signalen
Soms vertonen kinderen signalen wanneer er sprake is van pestgedrag. De school, maar ook ouders moeten zo goed mogelijk proberen oog te hebben voor deze signalen. Er zijn directe en indirecte signalen.

5.1. Directe signalen

  • SMS-jes, screenprints, websites, pestboodschappen en bedreigingen uiten
  • uitgesloten worden
  • als laatste gekozen worden (en met veel gemor gekozen worden)
  • vaak alleen staan
  • geen vriendjes die langskomen of eens willen afspreken
  • steeds proberen overheersen.

5.2. Indirecte signalen

  • onverklaarbare blauwe plekken – kapotte kleren
  • spullen die verdwijnen
  • agressiever, meer teruggetrokken gedrag/depressieve signalen
  • psychosomatische klachten
  • laattijdig naar school – omweg maken met de fiets
  • ontspannen op vrijdagavond – gespannen op zondagavond
  • dalende cijfers
  • minder gemotiveerd

 6. Aandachtspunten voor de ouders, de school en de leerkrachten
De leerkrachten op school proberen hun leerlingen zo goed mogelijk op te volgen, zodat eventuele signalen kunnen erkend worden. Het is belangrijk dat ook ouders hun kind niet uit het oog verliezen. Samen met de ouders wil de school werken aan:

  • Veiligheid
  • Vertrouwen
  • Verbondenheid

Van de ouders en onze leerkrachten verwachten we dat ze elkaars rol en deskundigheid respecteren. Samenwerken en echt in gesprek gaan loont. Een waarderende houding en positieve betrokkenheid zorgt voor een positief schoolklimaat.

Wanneer voor kinderen de regels duidelijk zijn en hier consequent aan vastgehouden wordt is het duidelijk wanneer er een regel overtreden wordt of wanneer er zich gedrag stelt dat niet door de beugel kan. Consequent optreden is dan ook belangrijk. Bij dit consequent optreden durven we ook de steun vragen van onze ouders.

Door in gesprek te gaan willen we het probleemoplossend vermogen van leerlingen stimuleren en hen zelf tot het besef laten komen wat kan en niet kan. Samen kan dan naar oplossingen gezocht worden.

 7. Wat kan je als ouder doen?

7.1. Als jouw kind wordt gepest

Kies indien mogelijk een gepast gespreksmoment: tijd, plaats, rust.

  • Luister naar je kind.
  • Neem het verhaal ernstig.
  • Leg de schuld niet bij je kind. Toon begrip (voor het lange stilzwijgen, de emoties..)
  • Maak duidelijk dat je achter je kind staat en dat je mee wil zoeken:

            =>  naar een oplossing

o    Prijs je kind omdat het heeft willen praten.

o    Wijs je kind op de noodzaak om met de school te praten en zoek samen naar de

=> naar een meest geschikte contactpersoon

o    Bekijk samen wat je de school wilt meedelen en wat je van de school verwacht of niet verwacht.

o    Ga na bij wie het kind aansluiting kan zoeken (wie deed nooit mee met het pesten?)

o    Stimuleer andere contacten met leeftijdsgenoten (binnen en buiten de school).

o    Zoek een ‘back-up’ voor jezelf.

o    Richt je bij ernstige problemen tot de hulpverlening. Eventueel kan de school en het CLB  helpen.

7.2. Als je kind heeft gepest

  • Kies een geschikt moment om met je kind in gesprek te gaan.
  • Zeg duidelijk waarom je een gesprek wilt.
  • Luister naar je kind! Pols naar het wat, hoe en waarom van het (mee-)pesten.
  • Keur het voorbije pestgedrag af en maak duidelijk dat je wilt dat je kind ermee stopt.
  • Wijs op het verschil tussen pesten en plagen.
  • Verduidelijk wat pesten teweeg brengt.
  • Vraag je kind om de schade te herstellen:
    • veilig stellen van het slachtoffer;
    • eventuele schade herstellen;
    • vertrouwen herwinnen van het slachtoffer, groep, school, …
  • Bekijk met de school hoe je de schoolaanpak van thuis uit kan steunen.
  • Blijf in gesprek met je kind/met de school.
  • Zoek zo nodig steun en hulp voor jezelf/je kind.

 

 

 

 

8. Aanpak op school

8.1. Pestpreventie op school

Op school proberen we heel wat te doen om pesten te voorkomen en om een veilig en positief schoolklimaat te bekomen. Op school hangen posters met gedragsregels die er moeten voor zorgen dat pesten zo weinig mogelijk voorkomt.

8.1.1. Werken aan een positieve klassfeer

Elke klas en elke leerkracht werkt aan een positieve klassfeer. Een gemotiveerd team wil ervoor zorgen dat elke leerling graag naar school komt en zich goed voelt bij ons op school. Er worden verschillende leuke activiteiten georganiseerd binnen en buiten de klas. Er is ruimte voor verschillende werkvormen, kringgesprekken, …

In de lagere school worden de leerlingen 2 x per schooljaar bevraagd naar hun welbevinden via een screeningsformulier om vandaaruit gericht(er) te kunnen werken.

Er wordt aandacht besteed aan sociale vaardigheden via de methode ‘ Onze klas , ons team’.  Met ‘Onze klas, ons team’ willen we van de kinderen sociaal competente personen maken,  die op een effectieve manier kunnen reageren op groepsproblemen en /of pesten en die hun verantwoordelijkheid in de groep kunnen opnemen

 8.1.2. Pestpreventie op de speelplaats/op school

Als school willen we inzetten op pestpreventie. Door spelmateriaal en activiteiten  aan te bieden tijdens de pauzes hopen we dat leerlingen zich niet gaan vervelen en dat ze geen tijd hebben om te pesten.

 8.2. En Toch

Ondanks preventieve maatregelen kan je pesten nooit wegdenken. De leerkracht is de eerstelijnsverantwoordelijke . In de mate van het mogelijke probeert de leerkracht met de leerlingen te praten, tot oplossingen te komen. Wanneer dit niet volstaat,  maakt  de leerkracht melding bij het zorgteam. Het zorgteam neemt dan de verdere opvolging van het pestprobleem op.

Voor de leerlingen is het belangrijk om te weten dat het zorgteam niet alleen sanctionerend zal optreden maar vooral openstaat voor het welzijn van al haar leerlingen. Wanneer er een vermoeden van pesten is, worden volgende stappen ondernomen:

  • Luisteren naar het slachtoffer en zijn/haar verhaal ernstig nemen.
  • Indien bekend de pester er bijhalen.
  • Openstaan voor beide verhalen.
  • Eventueel andere leerlingen bevragen.
  • Overleggen met collega’s, hebben zij iets gemerkt?
  • Duidelijke afspraken maken voor een bepaalde periode, max. 1 week
  • Klasleerkrachten op de hoogte brengen van de afspraken.
  • Wekelijks opvolgen  van de afspraken en nieuwe afspraken maken.
  • Indien wenselijk kan de klasleerkracht een klasgesprek organiseren
  • Indien er een sterk vermoeden bestaat dat de problematiek opgelost is, laat het zorgteam de begeleiding los.
  • Na ongeveer  2 weken  volgt er een evaluatie en eventueel een feedbackgesprek met de ouders.

8.3. Cyberpesten

Nieuwe media hebben zeker hun waarde, maar kunnen ook negatief gebruikt worden. We durven van de ouders te vragen om zelf controle te houden over het gsm- en internetgebruik van hun zoon of dochter. Beledigingen via internet of gsm, roddels verspreiden, … zijn niet toegelaten. De ouder is wettelijk mede verantwoordelijk voor de gevolgen van zulk pestgedrag door de zoon of dochter.  

 Wanneer ouders/kinderen toch naar school komen en melding geven van cyberpesten (wat dan eerder vaak thuis gebeurt, maar wel met kinderen van de school) vragen wij steeds om bewijsmateriaal mee te nemen (het sms-je bewaren, printscreen van het computerscherm, …). Wij willen dit als school dan ook niet negeren en hiermee aan de slag gaan.

8.4. Ouderbetrokkenheid

Ouders willen we betrekken bij een pestprobleem. Ook hier moet het onderscheid gemaakt worden tussen ruzies en een effectief langdurend pestprobleem. Het is onmogelijk om bij elke ruzie ouders op de hoogte te brengen. Als school willen we dit intern oplossen. Wanneer er sprake is van pesten, zal de school in eerste instantie ook het probleem proberen oplossen. Indien de school zorgwekkende signalen opmerkt, worden de ouders meteen op de hoogte gebracht. Diegene die melding heeft gemaakt van de problemen zal wel op de hoogte gehouden worden. Indien de problemen aanhouden worden de ouders van de pester/gepeste op de hoogte gebracht om samen met de school te kijken wat er kan gedaan worden opdat het pesten zou stoppen. Er kan geen eenduidige grens getrokken worden vanaf welk punt ouders worden betrokken in het verhaal. Elke situatie is anders en wordt anders bekeken en aangepakt. We vragen van ouders wel vertrouwen, erkenning en respect voor de aanpak van de school.

8.5. Klasverdeling

Elk schooljaar ziet de klassamenstelling er anders uit. De school behoudt zich het recht om zelf deze klasverdeling te maken. Natuurlijk wordt er rekening gehouden met vriendjes en noden van leerlingen. Echter, wanneer de school merkt dat er binnen en klasgroep te veel ruzies en pestproblemen zijn, dan hebben wij de kans om de groepen  bij het nieuwe schooljaar uit elkaar te halen en te herverdelen. Wanneer de sfeer in een klas niet goed zit, kan er immers ook niet geleerd worden.

 9. Contact
Bij pestproblemen of andere problemen kan je steeds contact opnemen met de school
( 03/ 484.35.89 ) .

10. Bijlagen

·         Kijkwijzer voor leerlingen

·         Afspraken met  leerlingen

·         Kijkwijzer voor ouders

Meer artikelen...